Nieuws

16.11.2012 – Afvalverbrandingsoven Neder-over-Heembeek: van afval tot grondstof

Afval in energie omzetten, slakken en sintels hergebruiken, oud ijzer recyclen, vliegas valoriseren… Dit zijn enkele van de activiteiten waarmee de verbrandingsoven van Neder-over-Heembeek afvalstoffen maximaal valoriseert, terwijl een rookgaswassingssysteem het milieu beschermt. Ongewild draagt de oven op die manier bij tot de promotie van een vrij nieuw concept: de ‘Blue Economy’. Uitleg krijgen we van Eric Trodoux, directeur bij SITA, en Georges Dumbruch, directeur van Brussel Energie, die voor 60% een dochteronderneming is van het ANB (Agentschap Net Brussel) en voor 40% van SITA.

De ‘groene economie’ tracht elke vorm van milieuhinder drastisch te verminderen of zelfs weg te werken. De ‘blauwe economie’ wil echter het huidig economisch model ombouwen tot een systeem waarbij de behoeften van iedereen zouden overeenstemmen met wat in de natuur beschikbaar is. De sleutelbegrippen van dit concept, dat in 2010 voor het eerst door Günter Pauli werd voorgelegd, zijn zelfvoorziening en innovatie. Alle beschikbare middelen zouden in een cascadesysteem worden geïntegreerd, waarbij het afval van een product de grondstof van een andere zou worden.

Deze nieuwe opvatting van de economie werd al met succes in bepaalde opkomende landen zoals Bhutan, Colombia en Brazilië uitgetest. Europa volgt de trend, met het kleine Canarische eiland El Hierro, het eerste eiland ter wereld dat voor zijn elektriciteit totaal autonoom is sinds de bouw van een hydro-elektrische centrale met windturbines. Ook België en Brussel zouden als pioniers van de blauwe economie kunnen doorgaan: sinds 1985 gebruikt de afvalverbrandingsoven van Neder-over-Heembeek onze afval als grondstof om elektriciteit te produceren. “In die tijd werd de oven gebouwd om enerzijds een kleine bestaande verbrandingsoven en anderzijds de kolencentrale van Schaarbeek te vervangen”, bevestigt Georges Dumbruch, directeur van Brussel-Energie, de CVBA die de verbrandingsoven beheert. “Vandaag produceren we ongeveer 5 % van de elektriciteit die het Brusselse Gewest nodig heeft. De oven van Neder-over-Heembeek is niet alleen volledig autonoom voor zijn energie: hij levert jaarlijks ook stroom aan 65.000 Brusselse gezinnen.

Nu al bijna 30 jaar lang wordt het Brussels huishoudelijk en bedrijfsafval in energie omgezet. “In feite collecteren wij uitsluitend de witte afvalzakken en verkeerd gerecycled afval”, vertelt Dumbruch. “Gesorteerd afval in de blauwe, gele of groene zakken vertrekt naar het sorteercentrum in Vorst.”

Concreet vertegenwoordigt dit toch 160 vrachtwagens die dagelijks het afval in de Brusselse gemeenten ophalen en het nadien naar de oven vervoeren, die jaarlijks iets minder dan 500.000 t huishoudafval verbrandt.

 Afval wordt energie

De omzet van afval in energie is uiteraard een complex proces. De vrachtwagens storten het afval in een hopper. De lading komt dan op een aanvoertafel en vervolgens op een schuine raster terecht, waar ze verbrandt. Sommige stoffen – afvalresten of sintels – branden echter niet. Ze zijn daarom niet waardeloos: het ijzer wordt er uit gesorteerd en het overschot dient als aanvulmateriaal voor wegenwerken in Nederland.

De verbranding van het afval levert voldoende warmte af om het water in de buizen van de ketel in zeer hete stoom om te zetten. Deze stoom vertrekt onmiddellijk naar de Electrabel centrale naast de verbrandingsoven, waar drie turbines 17 megawatt elektriciteit produceren.

Ook het probleem van de verbrandingsgassen moest nog worden geregeld. De rook wordt eerst in de ketel geïnjecteerd en koelt daarna af met water dat in tegenrichting stroomt. Ten slotte houden elektrofilters 98 tot 99 % van de stofdeeltjes tegen. De vliegas wordt als aanvulmateriaal in Duitse zoutmijnen gebruikt.

Het proceswater komt in geen geval in de Zenne of een riool terecht. Het wordt opnieuw in het proces gebruikt zodra het in een waterzuiveringsstation gezuiverd werd en van een verdamping- en kristallisatie-installatie is teruggekomen. Merkwaardig is wel dat deze laatste installatie zouten produceert waarvan de kwaliteit bijna vergelijkbaar is met die van zeezout. Deze zouten dienen voor de productie van natriumcarbonaat (bicarbonaat). “De installaties valoriseren alle stoffen die niet-recyclebare afval bevat”, verklaart Eric Trodoux, directeur bij de firma SITA, aandeelhouder van Brussel-Energie, samen met het ANB (Agentschap Net Brussel), dat 60% van de aandelen bezit. “De klimaatveranderingen en de slinkende reserves van natuurlijke hulpbronnen hebben in de Benelux en in Duitsland het afvalbeleid grondig gewijzigd. De ingraving van organische afvalstoffen werd zwaar belast of verboden. Vandaag is het bewezen dat het hergebruik, de recycling en de energetische valorisatie het mogelijk maken de grondstoffen uit afval te recupereren of te hergebruiken, wat ook de uitstoot van CO2 vermindert. In dit verband wijzen we erop dat SITA het principe van de schaal van Lansink hanteert, waarbij we steeds de voorkeur geven aan recycling, boven verbranding.”

De minst vervuilende verbrandingsoven in België

Op het vlak van CO2 uitstoot presteert de Brusselse verbrandingsoven als een van de beste in België sinds de fabriek in 1997 een rookgaswassingssysteem installeerde. Dit systeem was toen revolutionair. Vandaag nog beantwoordt het aan de normen. Het zuivert de rookgassen met water en een vloeibaar reagens: bijtende soda.

De geografische ligging van de verbrandingsoven in de stad vermindert ook drastisch het brandstofverbruik en de CO2 uitstoot van de vrachtwagens die het afval ophalen.

 Sinds december 2005 beschikt de fabriek bovendien over een bijzonder doeltreffend katalytisch zuiveringssysteem voor verbrandingsgassen, onder meer dankzij een DeNOx installatie die stikstofoxyden in stikstof en water omzet. Hierdoor kunnen waarden worden gehaald die onder 70 mg/Nm3 NOx gehalte liggen (Europese norm: 200 mg/Nm3). De oven vermindert dus drastisch de uitstoot van een verontreinigende stof die bijdraagt tot het broeikaseffect, de verzuring van lucht, water en regen, eutrofiëring, slijmvliesirritatie, ozonvorming in de troposfeer enz.

              

De toekomst in stadsverwarming

Hoe vervuilend is de oven dan wel? “De vervuiling is niet totaal verdwenen”, geeft de fabrieksdirecteur toe. “Onze uitstoot van vervuilende stoffen ligt meestal veel lager dan de lokale en Europese richtlijnen. Op het einde van het proces verkrijgen we echter ‘afvalkoeken’ die zware metalen bevatten. Dit is de ultieme afvalrest, waarmee we niets meer kunnen aanvangen. Voor een ton afval verkrijgen we slechts 1 à 2 kg van deze koek, die dan naar specifieke stortplaatsen in het Waalse Gewest worden vervoerd.”

 Ondanks deze zeer beperkte vervuiling blijft de afvalverbrandingsoven van Neder-over-Heembeek één van de beste in België wat betreft afvalverbranding en productie van de reine energie. Dit ligt totaal in lijn met de blauwe economie. De bestuurders willen in geen geval op hun lauweren rusten en hopen hun activiteiten in de komende jaren te diversifiëren. “De aandeelhouders ANB en SITA ontwikkelen momenteel een systeem om energie via stadsverwarming te leveren”, zegt Eric Trodoux. En hij besluit: “We gaan er van uit dat er in Brussel een openluchtmijn bestaat die de bevoorrading in gas en olie gedeeltelijk zou kunnen vervangen. België zou dan over een eigen energiebron beschikken. We zitten momenteel nog in de beginfase en te veel zaken moeten nog worden geregeld om dit project openlijk aan te kaarten.”

Hadrien Bonney

Download hier de PDF versie van het BECI magazine waarin je dit artikel kan terugvinden. 

Voor meer informatie :

Net Brussels : https://www.arp-gan.be/nl

SITA : http://www.sita.be/nl/index.html